Verschillende aspecten van een obligatie
Een obligatie is een verhandelbaar schuldbewijs van een overheid, een bank of een bedrijf. De handel vindt meestal plaats op een effectenbeurs. Om een notering te kunnen verkrijgen, moet de obligatie aan bepaalde criteria voldoen. Een belangrijk aspect is de grootte van de lening, deze moet een minimale omvang hebben bijvoorbeeld € 500 mln. Verder moet er een prospectus worden opgesteld en is de uitgevende instelling verplicht minimaal eenmaal per jaar gegevens te publiceren die een waarheidsgetrouw beeld geven van het reilen en zeilen van het bedrijf.
Een obligatie heeft een looptijd van bijvoorbeeld 10 jaar. Een belegger die nu een obligatie koopt van laten we zeggen €1.000,-, krijgt na 10 jaar deze € 1.000,- weer terug. Tussentijds krijgt de belegger elk jaar een vast rentepercentage.
Waarom fluctueert de waarde van een obligatie?
De waarde van de obligatie kan gedurende de looptijd behoorlijk verschillen. Hoe zit dat nu precies? Op het moment dat een obligatie van bijvoorbeeld 10 jaar wordt uitgegeven bedraagt het rentepercentage bijvoorbeeld 5%. Na een jaar wil hetzelfde bedrijf opnieuw een obligatie uitgeven, dit keer met een looptijd van 9 jaar. De marktrente voor 9 jaar bedraagt op dat moment echter geen 5% maar bijvoorbeeld 3%. Een belegger die een obligatie van dat bedrijf wil kopen, heeft nu de keuze tussen een obligatie van 5% en één van 3%. Als de prijs van beide obligaties op dat moment 100% zou bedragen, kochten alle beleggers de obligatie met een rentepercentage van 5%. Om dit effect te compenseren moet je op dat moment meer betalen voor de obligatie met een rentepercentage van 5% dan voor de obligatie van 3%.
Omdat de marktrente voor 9-jarige obligaties op dat moment 3% bedraagt is de koers van die obligatie 100% (=pari) en zal de koers van de 5% obligatie meer dan 100% (boven pari) bedragen.
Wat bepaalt de hoogte van de rentevergoeding?
Waarom krijg je voor de ene obligatie met een looptijd van 10 jaar meer rente dan voor de andere? Dit heeft te maken met de kredietwaardigheid van de uitgevende instelling. Een overheid wordt als het meest kredietwaardig ervaren. In de praktijk betekent dit dat je er vrijwel zeker van bent dat je je geld terugkrijgt. Een bedrijf wordt als minder kredietwaardig beschouwd dan een overheid. Op een obligatie van een bedrijf krijg je dus meer rente. Bovendien is het ene bedrijf het andere niet. Oftewel, op de obligatie van het ene bedrijf ontvang je meer rente dan die van een ander bedrijf.
Hoe weet je nu hoe kredietwaardig bedrijven zijn?
In de markt zijn er verschillende bureaus die rapportcijfers (ratings) geven aan bedrijven. Hierbij spelen allerlei zaken een rol zoals de grootte van het bedrijf, in welke sector het bedrijf actief is, of er veel of weinig concurrenten zijn enz. Een rapportcijfer wordt meestal uitgedrukt in letters. Zo heeft een bedrijf met een rating AAA het hoogste rapportcijfer, vervolgens komt AA1, AA2, AA3, A1, A2, A3, BBB1, BBB2, BBB3, enz. De rating categorieën AAA tot en met BBB3 worden beschouwd als “investment grade”. Dit wil zeggen dat de kans dat je je geld terugkrijgt als reëel wordt gezien. Veel overheden in Europa hebben de rating AAA. Er zijn maar heel weinig bedrijven met deze rating. De rentevergoeding op een lening met een gelijke looptijd wordt groter bij een lagere rating. Als belegger loop je dus meer risico bij een BBB2 obligatie dan bij een A1 obligatie. Moody’s, Standard and Poors en Fitch zijn de belangrijkste rating agencies.
Advertenties
Gerelateerd aan beleggen
Rendement berekenen bij beleggen
Iedereen die belegt wil op enig mo...
Verschillende aspecten van een obligatie
Een obligatie is een verhandelbaar...
Beleggen in een beleggingsfonds
Wil je beleggen maar heb je te wei...
De spaarhypotheek
Het belastingstelsel in Nederland...
